Het was eerste Koningsnachtochtend, tweeduizendzesentwintig.
Ik weet het nog zo goed, Trui lag weer eens vast.
En moeder zei dat ik niet in de buurt mocht komen, maar als ik lief kwam kijken dat ik dan wat aandacht kreeg.
dus ik ging in de branding, daar vlak bij de Noordzee.
een klein showtje weggeven, voor een botteraar of twee.
op dat waddenplaatje moest ik maar een uurtje, wat pirouettes maken
